Waar is een kind het meest mee geholpen?
Uit de statistieken blijkt dat Nederland veiliger is geworden op de onderdelen; woninginbraak, tasjesdieven en andere kleine criminaliteit en dat voelen we ook als zodanig met elkaar.

Helaas staat daar een majeur onveilig gevoel tegenover in de vorm van dreigend terrorisme en aanslagen. Volgens de media vinden we als inwoner van dit land dat de Rijksoverheid in haar rol als ‘beschermheer’ tekort schiet. Dit gevoel beperkt zich niet slechts tot voornoemde thema’s van terrorisme en aanslagen.

Worsteling
De worsteling van de Rijksoverheid komt ook terug in een aantal dossiers dat schuilgaat achter de decentralisaties . Aansprekende voorbeelden van schrijnende zorg zijn dagelijkse kost. Maar wat beoogde de Rijksoverheid eigenlijk met de decentralisaties? Kort gezegd komt het hier op neer: gemeenten zijn beter in staat om de zorg, participatiewet etc… uit te voeren vanuit de lokale optiek. Immers, de lokale overheid kent haar burgers en zijn of haar vragen. Gekoppeld aan deze beleidskanteling is de Rijksoverheid er van overtuigd dat er ook sprake is van te behalen efficiencyvoordelen. En op basis hiervan is aan de voorkant een budgetkorting toegepast richting de lokale overheid. Velen spraken schande van een dergelijke korting!

Paradox
Maar hoe paradoxaal kan het zijn. De uitkomsten tot nu toe laten zien dat gemeenten miljoenen euro’s overhouden op de WMO. Daar staat een dreigende overschrijding op de uitvoering van de Jeugdwet tegenover. Het woord dreigend is hier op zijn plaats omdat voor veel gemeenten geldt dat zij onvoldoende zicht hebben op de individuele hulpvrager. Daarnaast worden we in de media permanent op de hoogte gehouden van de onacceptabele duur van de wachtlijsten in de jeugdzorg. Acute hulp staat onder druk. Het aantal verwarde mensen neemt ogenschijnlijk toe. Het onderscheid tussen verwarde – en dementerende mensen is moeilijker waarneembaar.

Echte hulpvraag
Kortom de vraag is: Op welke wijze kunnen we in een vroegtijdig stadium de juiste diagnose stellen of analyse maken die recht doet aan de echte hulpvraag? Zonder daarbij de suggestie te willen wekken dat we het belang van ‘ouderen’ lager prioriteren willen we hier nader ingaan op de problematiek van de jeugd en meer specifiek op schoolgaande jeugd. Het duiden van het gedrag van kinderen vertaalt zich vaak in het predicaat druk, onhandelbaar, storend, kortom onaangepast. Gechargeerd gesteld leiden dergelijke gedragscomponenten vaak tot de diagnose; ADHD. De onderbouwing hiervan is vaak het resultaat van medische consultatie, zonder al te diep in te zoomen op de onderliggende oorzaken. De kans op symptoombestrijding ligt op de loer.

Er is weinig voor nodig elkaar te stimuleren in de gedachte dat een vroegtijdige analyse van het individuele kind en een daarop toegesneden aanpak de levenslust van dit kind vergroot. Herkenning en erkenning geeft het leven kleur. Maar hoe komen we op het juiste moment, lees: in een vroegtijdig stadium, tot de juiste diagnose. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het gedrag van het ‘onaangepaste kind’ in de klas inhoudelijk wordt geadresseerd.?

Meten is weten!
En hoe gaat dat in zijn werk? De leerkracht, de ouder, de coach op de sportvereniging, kortom allen hebben een eigen waarneming en ervaring met het individuele kind en zijn of haar gedrag in de groep. Maar ook op het effect dat dergelijk gedrag sorteert. Wat eigenlijk ontbreekt is een waarneming waarin het gedrag wordt geduid en van scores voorzien. En daar is het FunctioneringsProfiel als instrument voor ontwikkeld.

FunctioneringsProfiel
De scores uit het Functioneringsprofiel worden besproken. Ook kan het zijn dat er sprake is van verschillende scores, omdat de setting voor het kind anders was. De huidige opgedane ervaring bij honderden kinderen laat een zeer positief beeld zien.

Allereerst is daar het kind zelf. De erkenning in het gedrag wordt gekoppeld aan (medisch) maatwerk. De kracht van vroegtijdige en juiste analyse behoeft verder geen betoog. Een belangrijk bijkomend effect is dat hierdoor voorkomen wordt dat het kind op een verkeerd (medisch) traject wordt gezet, met alle gevolgen van dien. En, last but not least, het werken met het FunctioneringsProfiel voorkomt het ten onrechte inzetten van financiële middelen op ongewenste behandelingen.

door: Jan Bergwerff, Ambassadeur van Innovate2Day